ECLI:NL:GHAMS:2008:BD9008
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning ondanks beroep op gelijkheidsbeginsel en overlast snelweg
Belanghebbende betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2005, stellende dat de waarde te hoog is vastgesteld en dat de gemeente willekeurig te werk gaat bij de waardebepaling. Hij beroept zich onder meer op het gelijkheidsbeginsel en wijst op een lagere waarde van een vergelijkbare woning (A-straat 1) en op de invloed van de nabijgelegen snelweg A1.
De heffingsambtenaar heeft een taxatierapport overgelegd waarin de waarde van de woning op € 873.240 wordt vastgesteld, gebaseerd op vergelijkingsobjecten die qua type, bouwjaar, ligging en onderhoudstoestand goed vergelijkbaar zijn. De rechtbank had eerder het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en de waarde vastgesteld op € 812.250, met een afwaardering vanwege ligging en staat.
Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De vergelijkingsobjecten zijn erkend door belanghebbende, en de overlast van de A1 is niet aannemelijk gemaakt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat het hof niet gebonden is aan eerdere uitspraken van de rechtbank over andere woningen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde bevestigd.