ECLI:NL:GHAMS:2008:BD7050
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- P.G. Wiewel
- G.C. Makkink
- Rechtspraak.nl
Vordering gemeente tot dwangsommen wegens niet-naleving bouwbesluit deels toegewezen
Appellant, eigenaar van een pand, werd door de gemeente Amsterdam bij besluit van 14 juni 2004 aangeschreven om binnen acht weken te beginnen met werkzaamheden en deze binnen acht weken te voltooien, onder dreiging van een dwangsom van €2.500 per week met een maximum van €25.000.
De aannemer startte op 13 september 2004 met de werkzaamheden, na het verstrijken van de eerste termijn. De gemeente legde meerdere dwangsommen op wegens het niet tijdig starten en voltooien van de werkzaamheden. Vijf dwangsommen waren verjaard omdat de gemeente de verjaring niet had gestuit, maar deze tellen mee voor het maximum van €25.000.
Het hof oordeelt dat het dwangsombesluit moet worden gelezen als één last met een termijn van acht weken voor aanvang en acht weken voor voltooiing, en dat de gemeente tijdig aanspraak heeft gemaakt op de laatste vier dwangsommen. De vordering van de gemeente wordt daarom toegewezen tot €10.000, maar afgewezen voor het meerdere. Ook de vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het verzet van appellant gegrond voor het bedrag van €12.500 aan dwangsommen en de buitengerechtelijke kosten, en veroordeelt de gemeente in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet gegrond voor €12.500 aan dwangsommen en buitengerechtelijke kosten, en ongegrond voor het overige.