ECLI:NL:GHAMS:2008:BD6793
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.M.C. Tilleman
- M.E. van Zandwijk-Hillebrands
- J.J.M. Bruinsma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake teruggeleiding kind naar Australië op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die de teruggeleiding van haar kind vanuit Nederland naar Australië op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV) had bevolen. Het hof te 's-Gravenhage vernietigde deze beschikking en wees het verzoek af, maar de Hoge Raad verwees de zaak terug naar het hof te Amsterdam voor verdere behandeling.
Vaststaat dat Australië de gewone verblijfplaats van het kind was ten tijde van de overbrenging naar Nederland en dat Australisch recht van toepassing is. Het hof stelde vast dat de Australische rechter een gezagsrecht over het kind uitoefende, waardoor sprake is van ongeoorloofde overbrenging in de zin van artikel 3 HKOV Pro. De moeder voerde met succes een beroep op de weigeringsgrond van artikel 13 lid 1 sub b HKOV Pro, omdat teruggeleiding het kind in een ondragelijke toestand zou brengen.
Tijdens de zitting werd het kind gehoord en bleek zij ernstig getraumatiseerd en bang voor de vader. Het hof nam deze situatie en de psychische gevolgen voor het kind zwaar mee. De belangen van het kind werden zwaarder gewogen dan het belang van de vader bij teruggeleiding. Het hof vernietigde de bestreden beschikking en wees het verzoek tot teruggeleiding af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot teruggeleiding van het kind naar Australië af wegens het ernstige risico op een ondragelijke situatie voor het kind.