ECLI:NL:GHAMS:2008:BD3961
Gerechtshof Amsterdam
- Proceskostenveroordeling
- F.H.M. Possen
- E.M. Vrouwenvelder
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake proceskostenvergoeding na vernietiging uitnodiging tot betaling door inspecteur
Belanghebbende ontving een uitnodiging tot betaling (UTB) voor aanzienlijke douanerechten en omzetbelasting na een controle over de periode 2000-2004. Na bezwaar vernietigde de inspecteur de UTB en kende een forfaitaire proceskostenvergoeding van €161 toe, in plaats van de door belanghebbende gevraagde integrale vergoeding van €24.443,76.
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding. De Douanekamer van het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat, hoewel de handelwijze van de douane voor verbetering vatbaar was, niet was aangetoond dat sprake was van bijzondere omstandigheden die een ruimere vergoeding rechtvaardigen. De UTB was begrijpelijk gegeven de verwarring rond de vergunning passieve veredeling en de gebruikte goederencodes.
De Douanekamer bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de forfaitaire vergoeding passend is en wees het hoger beroep af. De uitspraak werd op 10 juni 2008 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter en leden van de Douanekamer.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; forfaitaire proceskostenvergoeding van €161 bevestigd.