ECLI:NL:GHAMS:2008:BD3061
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- P.M.F. van Loon
- I.J.F.A. van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing koopoptie bij bedrijfspand in successierechtelijke context
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of de koopoptie die een vader aan zijn zoon heeft verleend op een bedrijfspand, uitgeoefend na het overlijden van de langstlevende ouder, als fictieve erfrechtelijke verkrijging moet worden aangemerkt voor de heffing van successierecht. De inspecteur had een aanslag successierecht opgelegd en gehandhaafd, terwijl de rechtbank Haarlem het beroep van belanghebbende gegrond verklaarde en de aanslag verminderde.
Het Hof bevestigt dat de koopoptie is verleend onder de opschortende voorwaarde van overleving, niet onder een onzekere tijdsbepaling. Dit betekent dat de verkrijging krachtens erfrecht wordt geacht te zijn verkregen op grond van artikel 9 Successiewet Pro 1956. Hoewel belanghebbende aanvoerde dat erflaatster geen partij was bij het verlenen van de koopoptie, concludeert het Hof dat de vader met instemming of bekrachtiging van erflaatster heeft gehandeld.
De waarde van de helft van het pand is terecht als fictieve erfrechtelijke verkrijging in aanmerking genomen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij de gronden zijn verbeterd. De zaak betreft een complexe toepassing van het successierecht op bedrijfsopvolging en koopopties binnen een huwelijksgemeenschap.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag successierecht blijft gehandhaafd.