ECLI:NL:GHAMS:2008:BC9804
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- mr. Willems
- mr. Van Loon
- mr. Faber
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot onderzoek beleid ABN AMRO inzake verkoop LaSalle en fusiebesprekingen
De Ondernemingskamer heeft het verzoek van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) en de Vakverenigingen afgewezen om een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van ABN AMRO Holding N.V. en ABN AMRO Bank N.V. Dit verzoek richtte zich met name op de verkoop van LaSalle Bank Corporation aan Bank of America en de exclusieve fusiebesprekingen met Barclays.
VEB c.s. stelden dat de verkoop van LaSalle een 'bliksemverkoop' was die de kansen op een beter bod van het Consortium frustreren en dat de verkoop een ontoelaatbare beschermingsmaatregel vormde. Ook werd betoogd dat het bestuur en de raad van commissarissen onvoldoende rekening hielden met de belangen van aandeelhouders en andere bieders, en dat er sprake was van belangenvermenging en onzorgvuldig beleid.
De Ondernemingskamer oordeelde dat de verkoop van LaSalle en de fusiebesprekingen met Barclays pasten binnen de al langer bestaande strategie van ABN AMRO. Er waren geen voldoende feiten die de stellingen van VEB c.s. en de Vakverenigingen ondersteunden. De verkoop van LaSalle was niet onrechtmatig, noch een beschermingsmaatregel gericht tegen het Consortium. Tevens was er geen sprake van een verstoord level playing field of belangenvermenging.
De Ondernemingskamer concludeerde dat er geen gegronde redenen waren om te twijfelen aan het beleid van ABN AMRO en wees het verzoek tot onderzoek af. De kosten van het geding werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot het bevelen van een onderzoek naar het beleid van ABN AMRO wordt afgewezen wegens het ontbreken van gegronde redenen voor twijfel.