ECLI:NL:GHAMS:2008:BC6980
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P. Ingelse
- N. van Lingen
- A. Rutten-Roos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onrechtmatigheid en verrekening vervangende hechtenis met lijfsdwang bij ontnemingsmaatregel
In deze zaak staat centraal de vraag of de vervangende hechtenis die aan [X] is opgelegd ter uitvoering van een ontnemingsmaatregel, kan worden verrekend met de daarna opgelegde lijfsdwang. De rechtbank had aan [X] een ontnemingsmaatregel opgelegd met de verplichting tot betaling van een aanzienlijk bedrag, bij niet betaling te vervangen door zes jaar vervangende hechtenis. Na wijziging van de wet werd vervangende hechtenis vervangen door lijfsdwang voor maximaal drie jaar.
[X] heeft in totaal drie jaar gevangen gezeten, eerst in vervangende hechtenis en daarna onder lijfsdwang. Hij vordert invrijheidstelling en compensatie, omdat de vervangende hechtenis onrechtmatig is toegepast na de wetswijziging. Het hof stelt vast dat de vervangende hechtenis onrechtmatig was en dat het openbaar ministerie een fout heeft gemaakt door niet over te gaan tot het vorderen van lijfsdwang.
Het hof oordeelt dat vervangende hechtenis en lijfsdwang hetzelfde doel dienen, namelijk het prikkelen tot nakoming van de betalingsverplichting, en dat de vervangende hechtenis daarom gelijkgesteld moet worden aan lijfsdwang. Hierdoor moet de tijd in vervangende hechtenis worden verrekend met de lijfsdwang of anderszins worden gecompenseerd. De vordering van [X] is ontvankelijk en zal naar verwachting door de bodemrechter worden toegewezen. Het hof vernietigt een deel van het vonnis van de voorzieningenrechter en bekrachtigt het overige, en verwijst de Staat in de kosten.
Uitkomst: De vervangende hechtenis wordt gelijkgesteld aan lijfsdwang en moet worden verrekend of gecompenseerd, waardoor [X] recht heeft op invrijheidstelling of schadeloosstelling.