ECLI:NL:GHAMS:2008:BC4082
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- H.E. Kostense
- I.J.F.A. van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 10 Successiewet bij vruchtgebruik en turbotestamenten
In deze zaak staat centraal of het einde van het vruchtgebruik bij het overlijden van de erflater leidt tot een belastbare verkrijging op grond van artikel 10 van Pro de Successiewet 1956. De erflater had zijn aandeel in de huwelijksgemeenschap ingebracht in de nalatenschap van zijn vooroverleden echtgenote onder voorbehoud van vruchtgebruik (turbotestament). Na het overlijden van de erflater stelde belanghebbende dat artikel 10 SW Pro niet van toepassing is.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de inspecteur opgedragen een verrekening toe te passen van eerder geheven successierecht. Het hof oordeelt echter dat het begrip 'rechtshandeling' in artikel 10 SW Pro ruim moet worden uitgelegd en dat het voorbehouden vruchtgebruik een omzetting van eigendomsrechten in genotsrechten inhoudt, die onder de werking van artikel 10 valt Pro.
Het hof wijst het primaire en subsidiaire standpunt van belanghebbende af. Het hof overweegt dat een verrekening van eerder geheven successierecht niet passend is omdat dit zou leiden tot een onvolledige heffing. De bestreden uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het einde van vruchtgebruik bij overlijden een belastbare verkrijging is op grond van artikel 10 SW en wijst het hoger beroep af.