ECLI:NL:GHAMS:2008:BC2262
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling brandweerrechten bij inzet hoogwerker voor patiëntvervoer
Belanghebbende, een ambulance-exploitant, werd geconfronteerd met meerdere aanslagen brandweerrechten voor het inzetten van een hoogwerker door de brandweer bij het horizontaal afvoeren van patiënten uit gebouwen. Het geschil betrof de vraag of belanghebbende als belastingplichtige kon worden aangemerkt en of de heffing van brandweerrechten terecht was.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende als aanvrager van de brandweerdiensten moest worden beschouwd en daarmee belastingplichtig was. Vervolgens werd beoordeeld of de diensten vielen onder de uitzondering van het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen bij ongevallen anders dan bij brand, zoals bepaald in de Brandweerwet 1985 en de gemeentelijke verordeningen.
Uit de feiten bleek dat in veel gevallen sprake was van ongevallen in de zin van een onverwachte gebeurtenis met letsel, waarbij het horizontaal vervoer met de hoogwerker noodzakelijk was om directe bedreiging van de gezondheid van de patiënt te beperken. In die gevallen werd de heffing van brandweerrechten vernietigd. Voor andere gevallen waar geen ongeval of directe bedreiging aannemelijk was gemaakt, bleef de heffing in stand.
Het Hof vernietigde de bestreden uitspraken van de heffingsambtenaar, beperkte de aanslagen waar passend tot het tarief voor een inzet van de hoogwerker zonder omzetbelasting, en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak onderstreept de noodzaak van een zorgvuldige beoordeling van de aard van de hulpverlening en de toepasselijkheid van de publieke taakvrijstelling bij brandweerrechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslagen worden deels vernietigd of verminderd en de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.