Uitspraak
mr. H.C. Meijer,
mr. C.B.M. Scholten van Aschat.
1.Het geding in hoger beroep
2.Beoordeling
grieven I–IIIstrekken alle ten betoge dat de kantonrechter ten onrechte het beroep van Westhoek op dwaling heeft gehonoreerd. Zij lenen zich daarom voor gezamenlijke behandeling.
grief IVdat haar reconventionele vordering had moeten worden toegewezen. Zij verwijst daartoe naar haar stellingen in eerste instantie. Het hof begrijpt deze zeer summier toegelichte grief als volgt.
3.Slotsom en kosten
Grief Vslaagt dus niet. Ook in hoger beroep wordt [appellante] in het ongelijk gesteld, zodat ook de kosten daarvan voor haar rekening komen.