ECLI:NL:GHAMS:2007:BD7402
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.M.C. Tilleman
- G.J. Driessen Poortvliet
- C.G. Kleene-Eijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsregeling vader met minderjarige wegens belang kind
De vader verzocht het hof om een omgangsregeling met zijn minderjarige kind vast te stellen, bestaande uit omgang om de veertien dagen en de helft van de schoolvakanties, met een dwangsom bij niet-naleving. De moeder betwistte dit en stelde dat het kind zich tegen omgang verzet en dat omgang spanningen veroorzaakt die het belang van het kind schaden.
De zaak kent een lange voorgeschiedenis met meerdere behandelingen bij de rechtbank en de Raad voor de Kinderbescherming, die rapporten en adviezen uitbracht. Uit een recente interactie-observatie bleek dat het kind zich vasthoudt aan haar verzet tegen omgang en dat dit niet op korte termijn zal veranderen. De Raad adviseerde de omgang te schorsen vanwege het belang van het kind.
Het hof overweegt dat het recht op omgang een wezenlijk onderdeel is van het ouderlijk gezag, maar dat dit recht tijdelijk geschorst kan worden als het belang van het kind dat vereist. Gezien de situatie en het advies van de Raad wijst het hof het verzoek tot omgang af. Wel bepaalt het hof dat de moeder de vader ten minste eenmaal per twee maanden schriftelijk informeert over gewichtige aangelegenheden betreffende het kind en dat de vader betrokken wordt bij onderzoek en behandeling van het kind.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het de informatieregeling betreft en herzien. De rest van de beschikking wordt bekrachtigd. Een dwangsom wordt niet opgelegd omdat de moeder bereid is mee te werken aan de informatieregeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot omgang af en legt een informatieregeling op waarbij de moeder de vader regelmatig informeert over gewichtige aangelegenheden betreffende het kind.