ECLI:NL:GHAMS:2007:BC5091
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over toepassing artikel 26a Wet WOZ bij taxatiefout
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de waardevaststelling van zijn woning door de gemeente Haarlem, omdat de gemeente erkende dat er sprake was van een objectief foute waardevaststelling vanwege het ontbreken van een losstaande berging. Belanghebbende stelde dat deze fout hersteld moest worden, ook al viel het verschil binnen de marges van artikel 26a van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ).
De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, en het hof bevestigde deze uitspraak. Het hof overwoog dat uit de parlementaire behandeling van artikel 26a Wet WOZ niet blijkt dat dit artikel geen betrekking zou hebben op waardeafwijkingen die hun oorzaak vinden in objectief vaststelbare taxatiefouten. De bedoeling van artikel 26a is juist om kleine afwijkingen in waardevaststellingen te accepteren om zo bezwaren en beroepschriften te beperken.
De heffingsambtenaar van de gemeente was niet verschenen tijdens de zitting, maar het hof baseerde zich op de feiten vastgesteld door de rechtbank. Het hof oordeelde dat er geen grond was om de gemeente te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat artikel 26a Wet WOZ ook geldt bij objectief vaststelbare taxatiefouten en verklaart het beroep ongegrond.