ECLI:NL:GHAMS:2007:BC2451
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.G. Kleene-Eijk
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- W.M.C. Tilleman
- Rechtspraak.nl
Uitleg van het begrip inkomsten in huwelijkse voorwaarden met betrekking tot niet-uitgekeerde winsten van een besloten vennootschap
Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn tijdens het huwelijk huwelijkse voorwaarden overeengekomen met een Amsterdams verrekenbeding, waarbij inkomsten uit arbeid en winst uit onderneming worden verdeeld. De man was directeur-grootaandeelhouder van een besloten vennootschap (B.V. A) en de vrouw had een eenmanszaak.
De kern van het geschil betrof de vraag of niet-uitgekeerde winsten van de B.V. A als inkomsten uit arbeid in de zin van het verrekenbeding moeten worden beschouwd en dus bij echtscheiding verrekend moeten worden. De rechtbank had geoordeeld dat gereserveerde winsten als inkomsten kwalificeren voor zover redelijkerwijs uitkeerbare winst is gemaakt.
Het hof oordeelt dat het verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden, gelet op de tekst, de omstandigheden van het sluiten en de wederzijdse bedoelingen, niet ziet op niet-uitgekeerde winsten van de B.V. A. De winstbegrip in artikel 10 lid 6 is Pro verbonden aan het belastbaar inkomen voor de inkomstenbelasting, terwijl de winst van de B.V. onder de vennootschapsbelasting valt en niet direct aan de man toekomt. De waardestijging van de aandelen is expliciet geregeld in artikel 11 voor Pro het geval van overlijden, niet voor echtscheiding.
Getuigenverklaringen van notarissen bevestigen dat bij het opstellen van de huwelijkse voorwaarden in 1990 niet de bedoeling was dat de vrouw zou meedelen in niet-uitgekeerde bedrijfswinsten. De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen een eerdere beschikking en de bestreden beschikking wordt vernietigd, waarbij wordt vastgesteld dat de niet-uitgekeerde winsten niet tot de verrekenbare inkomsten behoren.
Het hof staat cassatie toe tegen deze tussenbeschikking.
Uitkomst: Niet-uitgekeerde winsten van de besloten vennootschap behoren niet tot de te verrekenen inkomsten op grond van het Amsterdams verrekenbeding.