ECLI:NL:GHAMS:2007:BC1998
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- N.A.M. Schipper
- J.C.W. Rang
- P.J.N. van Os
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake niet-ontvankelijkheid klacht over honorarium kandidaat-notaris
Appellant diende een klacht in tegen een kandidaat-notaris wegens het niet nakomen van een prijsafspraak voor het opstellen van een testament. Hij stelde dat hem een hoger bedrag werd gedeclareerd dan de overeengekomen € 250. De klacht werd door de voorzitter van de Kamer van Toezicht afgewezen als kennelijk niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejarige klachttermijn.
Appellant stelde in hoger beroep dat de klachttermijn pas begon te lopen vanaf de datum waarop hij via een brief van de kandidaat-notaris op 25 november 2003 kennis kreeg van het feit dat de prijsafspraak werd betwist. Het hof oordeelde echter dat de termijn aanvangt op het moment dat appellant de declaratie ontving op 29 oktober 2002, omdat hij toen kennis had van het handelen dat aanleiding gaf tot de klacht.
Het hof vernietigde de beslissing van de Kamer van Toezicht, behoudens de feitenvaststelling, en verklaarde appellant niet-ontvankelijk in zijn klacht. De klacht kon niet inhoudelijk worden behandeld omdat deze te laat was ingediend. De beslissing werd uitgesproken tijdens een openbare zitting op 6 december 2007.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht wegens overschrijding van de klachttermijn.