ECLI:NL:GHAMS:2007:BC1420
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Garantstelling voor nakoming financiële verplichtingen bij overdracht intellectuele eigendomsrechten
In deze zaak staat centraal de vraag of IAG zich garant heeft gesteld voor de nakoming door VR Software van financiële verplichtingen voortvloeiend uit de overdracht van intellectuele eigendomsrechten op het Strix softwarepakket. Dicom c.s. vorderden betaling van een restantbedrag van €129.000,- plus rente en kosten.
De feiten betreffen een intentieverklaring en een addendum uit 2004 waarbij Roodmus werd vervangen door Dicom en IAG door VR Software, waarbij IAG garant stond voor de verplichtingen van VR Software. VR Software had betalingsachterstanden en was niet in staat te betalen. De voorzieningenrechter wees de vordering tegen IAG af, maar het hof oordeelde anders.
Het hof stelde vast dat de intellectuele eigendomsrechten zelf niet ter discussie staan en dat de zaak niet strekt tot handhaving daarvan, waardoor de Handhavingsrichtlijn en artikel 1019h Rv niet van toepassing zijn. Het hof oordeelde dat IAG zich garant heeft gesteld en veroordeelde IAG en VR Software hoofdelijk tot betaling van het restantbedrag, vermeerderd met rente en kosten, en in de proces- en beslagkosten.
Roodmus werd afgewezen in haar vordering en veroordeeld in de kosten aan de zijde van IAG. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en vernietigt het vonnis voor zover de vordering tegen IAG was afgewezen.
Uitkomst: IAG en VR Software worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €129.000,- plus rente en kosten aan Dicom.