ECLI:NL:GHAMS:2007:BC0333
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.H. Huijzer
- M. Flipse
- J.M.F.X. van Veggel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van huurovereenkomst versus pachtovereenkomst tussen Natuurmonumenten en Gebroeders A. en B.
In deze zaak stond centraal of de tussen Natuurmonumenten en de Gebroeders A. en B. gesloten overeenkomst gekwalificeerd moest worden als een huurovereenkomst of als een pachtovereenkomst. De Gebroeders vorderden de voortzetting van de huurovereenkomst die hun vader met Natuurmonumenten had gesloten. Natuurmonumenten stelde dat het feitelijk om een pachtovereenkomst ging, waardoor de kantonrechter onbevoegd zou zijn geweest.
Het hof oordeelde dat de bevoegdheid van de rechter wordt bepaald door het recht waarop de vordering is gebaseerd. Omdat de Gebroeders stelden dat het om huur van woonruimte ging en Natuurmonumenten dit in eerste aanleg niet betwistte, was de kantonrechter bevoegd. Uit de inhoud en uitvoering van de overeenkomst bleek dat het gebruik niet gericht was op landbouw, zodat de huurovereenkomst niet als pachtovereenkomst moest worden aangemerkt.
Verder werd vastgesteld dat Vader C. zowel een pachtovereenkomst voor los land als een huurovereenkomst voor gebouwen had gesloten. De huurovereenkomst betrof woonruimte en gebouwen, terwijl de pachtovereenkomst los land betrof. Het hof verwierp het beroep op art. 1 lid 3 Pachtwet Pro omdat hier geen twee pachtovereenkomsten maar een huurovereenkomst en een pachtovereenkomst waren. De vordering van de Gebroeders werd daarom toegewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering van de Gebroeders A. en B. toe.