ECLI:NL:GHAMS:2007:BB9251
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- N.A.M. Schipper
- P.J.N. van Os
- L.J. Saarloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen berisping gerechtsdeurwaarder wegens binnentreden woning met toestemming minderjarige
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een gerechtsdeurwaarder terecht een woning betrad met toestemming van een veertienjarig meisje, de dochter van de bewoner, om beslag te leggen op roerende zaken. De gerechtsdeurwaarder had voorafgaand aan het binnentreden toestemming gevraagd aan de minderjarige en had vastgesteld dat zij de situatie begreep en in staat was tot communicatie.
De klacht van de moeder richtte zich op het feit dat de gerechtsdeurwaarder zonder toestemming van een volwassene de woning was binnengetreden, waardoor haar dochter overstuur raakte. Ook werd geklaagd over de wijze van afhandeling van haar telefonische klacht en het beslag op zaken die mogelijk niet toebehoorden aan de beslagdebiteur.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders had de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en een berisping opgelegd. Het hof stelde in hoger beroep vast dat de gerechtsdeurwaarder zorgvuldig had gehandeld door de toestemming van de minderjarige te vragen en te beoordelen dat zij voldoende inzicht had om toestemming te geven. Het hof oordeelde dat het binnentreden rechtmatig was en vernietigde de berisping. De overige klachten werden door het hof bevestigd zoals door de kamer beoordeeld.
Het hof benadrukte dat minderjarigen toestemming kunnen geven indien zij wilsbekwaam zijn en dat de gerechtsdeurwaarder zorgvuldig moet afwegen of binnentreden noodzakelijk is en op correcte wijze moet plaatsvinden. Het beslag kan door derden worden bestreden bij de gewone rechter, niet door de deurwaarder vooraf.
Uitkomst: Het hof vernietigt de berisping en verklaart de klacht over het binnentreden ongegrond.