ECLI:NL:GHAMS:2007:BB3535
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- M.E. van Hilten
- Rechtspraak.nl
Motorrijtuigenbelastingheffing bij houten tussenschot in bestelauto
Belanghebbende hield sinds 19 juni 2003 een motorrijtuig dat hij als bestelauto aangaf voor de motorrijtuigenbelasting. Na een controle op 22 april 2005 stelde de inspecteur vast dat het tussenschot tussen cabine en laadruimte niet voldeed aan de wettelijke eisen, omdat het houten deel eenvoudig te verwijderen was. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op op basis van het hogere personenautotarief.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en beperkte de naheffing tot twaalf maanden, aannemende dat het tussenschot voldeed. Het hof vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep ongegrond. Het hof stelt vast dat het houten tussenschot niet als een vaste wand kan worden aangemerkt, omdat het eenvoudig te demonteren is, en kwalificeert het voertuig daarom als personenauto.
Het hof overweegt dat de inspecteur op grond van artikel 20 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen bevoegd was de belasting over de volledige periode na te heffen. De naheffingstermijn is niet beperkt tot vier kwartalen zoals de rechtbank oordeelde. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het motorrijtuig als personenauto moet worden aangemerkt en de naheffingsaanslag over de volledige periode terecht is opgelegd.