ECLI:NL:GHAMS:2007:BB2202
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- P.M.F. van Loon
- I.J.F.A. van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardering aandelen voor successierecht op intrinsieke waarde zonder korting
Het geschil betreft de waardering van certificaten van aandelen in B Holding BV in het kader van successierecht na het overlijden van erflater B in 2000. Belanghebbende betoogde dat de aandelenwaarde moest worden vastgesteld op basis van een mix van tweemaal de intrinsieke waarde en eenmaal de DCF-waarde, dan wel dat een korting van 10% of 20% op de intrinsieke waarde toegepast moest worden.
De inspecteur stelde dat de waardering uitsluitend op de intrinsieke waarde moest plaatsvinden. Het Hof overwoog dat de waarde van de aandelen wordt bepaald door de prijs die een koper bereid is te betalen, waarbij de intrinsieke waarde leidend is, tenzij sprake is van onderrentabiliteit of bijzondere omstandigheden zoals dreigende liquidatie.
Belanghebbende voerde als waardeverminderende factoren verplichtingen jegens personeel aan, maar het Hof vond hiervoor geen grond omdat geen liquidatie binnen afzienbare termijn te verwachten was. Ook het risico van leegstand werd reeds in de waardering van onroerende zaken meegenomen.
Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Haarlem die de aanslag had verminderd tot een belaste verkrijging van ƒ 8.233.972. De waardering van de aandelen vindt plaats op basis van de intrinsieke waarde zonder korting. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2007.
Uitkomst: Het hof bevestigt de waardering van de aandelen op de intrinsieke waarde zonder korting en wijst het hoger beroep af.