ECLI:NL:GHAMS:2007:BA9695
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.H.M. Possen
- M.E. van Hilten
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over indeling inktcartridge voor inkjetprinter in gecombineerde nomenclatuur
Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte bezwaar tegen een bindende tariefinlichting (BTI) van de inspecteur waarin een inktcartridge voor inkjetprinters werd ingedeeld onder post 3215 19 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en de cartridge ingedeeld onder post 8473 30 90 als deel van de printer.
De Douanekamer van het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de inspecteur tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de vraag of de cartridge als een integraal onderdeel van de printer kon worden beschouwd, dan wel als een verpakking van inkt die onder een andere tariefpost valt. De inspecteur stelde dat de cartridge geen deel van de printer is, maar een verpakking van inkt met een elektronische chip die slechts de inktvoorraad bijhoudt.
Na uitgebreide overwegingen, mede in het licht van het Turbon-arrest van het Hof van Justitie, concludeerde de Douanekamer dat de inkt in de cartridge het wezenlijk karakter bepaalt en dat de cartridge daarom moet worden ingedeeld onder post 3215 19 00. De Douanekamer vernietigde het vonnis van de rechtbank en handhaafde de BTI van de inspecteur. De uitspraak werd op 26 juni 2007 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De inktcartridge wordt ingedeeld onder post 3215 19 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur, niet als deel van de printer.