ECLI:NL:GHAMS:2007:BA8310
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor deels afgewezen wegens onvoldoende specificatie
In deze civiele procedure verzocht appellante het Gerechtshof Amsterdam om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten in het kader van een hoger beroep tegen de Stichting Het Utrechts Landschap. Het verzoek betrof drie hoofdonderwerpen: de verkoop van een landgoed, de aankoop van percelen grond aan een natuurgebied en de beheersovereenkomst tussen partijen.
Het hof oordeelde dat het verzoek ten aanzien van de beheersovereenkomst onvoldoende concreet was geformuleerd. Appellante had weliswaar diverse onderwerpen genoemd waarop zij schendingen wilde vaststellen, maar had nagelaten aan te geven welk concreet handelen of nalaten van de Stichting zij wilde bewijzen. Ook het verlangen om toezeggingen bevestigd te zien was te vaag. Daarom werd dit deel van het verzoek afgewezen.
Voor de overige punten, namelijk de verkoop van het landgoed en de aankoop van percelen grond, voldeed het verzoek wel aan de wettelijke eisen. Het hof achtte het belang van appellante aannemelijk gemaakt en zag geen bezwaren tegen toewijzing. Daarom werd het voorlopig getuigenverhoor voor deze onderwerpen bevolen, waarbij een raadsheer-commissaris werd benoemd en een datum werd vastgesteld.
De beschikking bevatte tevens nadere bepalingen over de procedure rondom het getuigenverhoor, waaronder de keuze van getuigen en het tijdig aanleveren van stukken. Het meer of anders verzochte werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2007.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt deels toegewezen voor de verkoop en aankoop, maar afgewezen voor de beheersovereenkomst wegens onvoldoende specificatie.