ECLI:NL:GHAMS:2007:BA5963
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Van der Pol
- Röben
- Smeeïng-van Hees
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw handelen
Appellant sub 1 en zijn echtgenote appellant sub 2, naar Chinees recht gehuwd, verzochten om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank Utrecht wees hun verzoeken af vanwege onder meer het niet te goeder trouw zijn van appellant sub 1 bij het ontstaan van aanzienlijke belastingschulden en overtredingen van arbeidswetgeving.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij de Nederlandse taal niet machtig waren en vertrouwden op adviseurs voor hun administratie. Tevens stelde appellant sub 2 dat zij niet aansprakelijk was voor de schulden op grond van het Chinese huwelijksrecht. Appellant sub 1 betwistte dat de schulden aan hem en niet aan zijn echtgenote toerekenbaar waren.
Het hof stelde vast dat appellant sub 1 geen deugdelijke administratie voerde, fiscale regels niet naleefde en illegale werknemers in dienst had. Ook was appellant sub 2 vrijwel dagelijks aanwezig in het bedrijf en kon zij niet ontkennen van de situatie te hebben geweten of hiervan te hebben geprofiteerd. Het Chinese huwelijksrecht bood geen grond om haar aansprakelijkheid te ontkennen.
Het hof concludeerde dat appellanten niet te goeder trouw waren en dat de schuldenlast ook aan appellant sub 2 toerekenbaar was. Er waren geen bijzondere omstandigheden die toelating tot de WSNP rechtvaardigden. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af wegens het niet te goeder trouw zijn van appellanten en de toerekening van schulden aan de echtgenote.