ECLI:NL:GHAMS:2007:BA2800
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Vaessen
- Van den Brink
- Van der Pol
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen tussentijdse beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling
De bewindvoerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling van twee echtgenoten ging in hoger beroep tegen de afwijzing van zijn verzoek tot tussentijdse beëindiging van de regeling door de rechtbank Utrecht. De rechtbank had het verzoek afgewezen omdat de reguliere looptijd van de regeling al verstreken was.
Het hof oordeelt dat de wettelijke regeling niet tussentijds kan worden beëindigd vanwege het verstrijken van de looptijd, omdat de wet dit niet ondersteunt en er geen saneringsplan is opgesteld. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en beoordeelt het verzoek inhoudelijk.
Uit het dossier blijkt dat de echtgenoten de verkoop van hun woning hebben gefrustreerd, ondanks toestemming van de rechter-commissaris en inspanningen van de bewindvoerder. De woning heeft een aanzienlijke overwaarde die aan schuldeisers toekomt. Herfinanciering is niet gelukt, en een vermeende toezegging van een lening is onvoldoende onderbouwd.
Het hof concludeert dat de schuldsaneringsregeling tussentijds moet worden beëindigd en dat de echtgenoten van rechtswege in staat van faillissement zullen verkeren. De rechtbank wordt opgedragen een rechter-commissaris en curator te benoemen die niet de bewindvoerder is.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en bepaalt dat de wettelijke schuldsaneringsregeling van de echtgenoten tussentijds wordt beëindigd wegens frustratie verkoop woning en onvoldoende herfinanciering.