Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de vrouwis het volgende gebleken.
de manis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn gehuwd geweest en gescheiden, waarbij alimentatie en bijdragen voor de dochter waren vastgesteld. De vrouw en dochter kwamen in hoger beroep tegen een beschikking die de uitkering tot levensonderhoud van de vrouw aanzienlijk verlaagde. De man stelde incidenteel hoger beroep in tegen de oorspronkelijke beschikking.
Het hof beoordeelde de behoefte van de vrouw en de dochter, de verdiencapaciteit van de vrouw, haar vermogen en het inkomen van de man. Het hof concludeerde dat de vrouw redelijkerwijs 30% van een fulltime inkomen binnen de medische sector kan verdienen, en dat haar vermogen deels kan worden ingezet voor levensonderhoud. Daarnaast werden diverse pensioen- en lijfrente-uitkeringen beoordeeld en verwerkt in de alimentatie.
Uiteindelijk vernietigde het hof de bestreden beschikking en stelde het de alimentatiebedragen vast op een reeks bedragen die met terugwerkende kracht gelden, met een uitvoerbaar bij voorraad verklaring. Het hof wees verzoeken tot verdere aanpassingen af.
Uitkomst: Het hof heeft de partneralimentatie en bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van de dochter vastgesteld met terugwerkende kracht en verklaard uitvoerbaar bij voorraad.