ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ8013
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindigingsovereenkomst huurovereenkomst vernietigd wegens dwaling door onjuiste mededelingen huurster
In deze civiele zaak stond de beëindiging van een huurovereenkomst tussen verhuurder [Y] en huurster [Z] centraal. De huurster had een beëindigingsovereenkomst gesloten waarin zij een aanzienlijke vergoeding eiste om de woning te verlaten. Later bleek dat zij reeds een ander huis had gekocht, hetgeen zij tijdens de onderhandelingen niet had gemeld. De verhuurder stelde daarom dat de overeenkomst vernietigd moest worden wegens dwaling.
Het hof oordeelde dat de beëindigingsovereenkomst inderdaad tot stand was gekomen onder invloed van dwaling. De onjuiste mededelingen van de huurster over haar verhuisplannen waren van wezenlijke invloed op het besluit van de verhuurder om de overeenkomst te sluiten. Het hof verwierp het verweer van de huurster dat de mededelingen niet van invloed waren geweest.
Verder stelde het hof vast dat de huurster onvoldoende had onderbouwd dat zij recht had op vergoeding voor investeringen in het gehuurde. De vordering op die grond werd afgewezen. De huurster werd veroordeeld tot terugbetaling van de door de verhuurder betaalde bedragen en tot betaling van huurachterstand. De kosten van beide procedures werden grotendeels aan de huurster opgelegd.
Uitkomst: De beëindigingsovereenkomst wordt vernietigd wegens dwaling en de vorderingen van de huurster worden afgewezen.