ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ5579
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.A. Steenbergen
- P.G. Wiewel
- M.P. van Achterberg
- Rechtspraak.nl
Geen huurovereenkomst tussen eigenaar en gebruiker ondanks langdurig gebruik woning
De zaak betreft een geschil tussen een eigenaar van een woning en de gebruiker die deze sinds 1972 bewoont. De gebruiker baseert zijn gebruik op een vordering van het College van Burgemeester en Wethouders uit 1972, terwijl de eigenaar stelt dat er geen huurovereenkomst bestaat. De kantonrechter stelde vast dat alle rechtsopvolgers van de oorspronkelijke eigenaar de rechtsverhouding als huur en verhuur hebben gekarakteriseerd en dat de gebruiker daarop mocht vertrouwen.
De eigenaar stelde in hoger beroep dat de vordering tot 2003 de grondslag was voor het gebruik en dat de gebruiker geen gerechtvaardigd vertrouwen kon hebben in het bestaan van een huurovereenkomst. Het hof oordeelde dat de gemeente sinds 1973 geen activiteit meer ontplooide omtrent de gebruiksvergoeding en dat de vordering formeel was ingetrokken. Bovendien was onbetwist dat alle rechtsopvolgers het gebruik als reguliere verhuur beschouwden.
Het hof concludeerde dat de eigenaar zich niet kon beroepen op het gebruiksrecht krachtens de vordering, aangezien de rechtsverhouding steeds als huur werd gezien. De grieven van de eigenaar faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, waarbij de eigenaar werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat geen huurovereenkomst bestaat en wijst de vordering van de eigenaar af.