ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ5437
Gerechtshof Amsterdam
- Versnelde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van het bezwaar van PepsiCo tegen het gebruik van het merk ípsei door Coca-Cola wegens misbruik van procesrecht
PepsiCo, houdster van het Benelux- en Gemeenschapswoordmerk PEPSI, vordert in kort geding dat Coca-Cola wordt verboden het teken ípsei te gebruiken voor een niet-alcoholische drank. Na een eerdere afwijzing van een vergelijkbare vordering in een kort geding te ’s-Gravenhage, spande PepsiCo een tweede kort geding aan bij de rechtbank Utrecht op grond van de Benelux Merkenwet. De voorzieningenrechter verklaarde PepsiCo niet-ontvankelijk wegens gebrek aan spoedeisend belang en misbruik van procesrecht.
PepsiCo stelde dat het Gemeenschapsmerkenrecht autonoom is en dat het Beneluxrecht een andere grondslag biedt, waardoor de tweede procedure geoorloofd zou zijn. Het hof oordeelde echter dat het toetsingskader van art. 13 BMW Pro gelijk is aan dat van art. 9 Gmv Pro, en dat de vorderingen materieel hetzelfde zijn. Het enige nieuwe was een marktonderzoeksrapport, dat geen nieuwe feiten of andere handelingen van Coca-Cola betrof.
Het hof bevestigde dat het achterhouden van de Beneluxgrondslag in het eerste kort geding zonder redelijke grond misbruik van procesrecht oplevert. Ook het beroep op art. 105 lid 4 Gmv Pro faalde. De vordering werd daarom afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd. PepsiCo werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt het vonnis en verklaart PepsiCo niet-ontvankelijk wegens misbruik van procesrecht.