ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ4217
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Smeeïng-Van Hees
- Vaessen
- Spek
- Rechtspraak.nl
Beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvolledige openheid en tekortkomingen
Appellanten zijn in eerste aanleg toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank Utrecht beëindigde deze regeling vanwege het niet nakomen van de informatieplicht en het ontstaan van nieuwe schulden tijdens de regeling. De bewindvoerder stelde dat appellanten weinig saneringsgezind waren en onvoldoende meewerkten.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij gemotiveerd waren de schuldsanering te voltooien, maar dat zij onvoldoende geïnformeerd waren over de verplichting om maandelijks sollicitatieactiviteiten te rapporteren. Het hof stelde vast dat appellanten bij de aanvraag een groot aantal schulden, waaronder een aanzienlijke schuld aan de Postbank en SNS Bank, niet hadden vermeld. Dit leidde tot een onderschatting van het aantal schuldeisers en de totale schuld.
Daarnaast concludeerde het hof dat appellanten tekortschoten in hun sollicitatieverplichting en onvoldoende bewijs leverden van sollicitatieactiviteiten. Het hof oordeelde dat appellanten trachtten hun schuldeisers te benadelen door onvolledige informatie te verstrekken en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om de beëindiging van de WSNP ongedaan te maken. De vonnissen van de rechtbank werden bekrachtigd, ondanks het dreigende faillissement van appellanten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de tussentijdse beëindiging van de WSNP wordt bekrachtigd.