ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ2023
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.J.M. Smit
- G.J. Driessen-Poortvliet
- D.W.J.M. Pessers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijzigingsverzoek alimentatie en aanwending ontbindingsvergoeding bij arbeidsongeschiktheid
Partijen zijn in 1974 gehuwd en in 1994 gescheiden waarbij alimentatie voor de vrouw werd vastgesteld. De man is sinds 2005 arbeidsongeschikt en ontving een ontbindingsvergoeding na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst. Hij verzocht de alimentatie te beëindigen, stellende dat de vrouw in eigen onderhoud kan voorzien en dat hij zijn ontbindingsvergoeding niet volledig hoefde aan te wenden voor alimentatie.
De vrouw stelde dat zij door gezondheidsproblemen en langdurige afwezigheid van de arbeidsmarkt niet in staat is zelf in haar levensonderhoud te voorzien. Het hof oordeelde dat de man onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vrouw binnen afzienbare tijd zelfstandig zou kunnen voorzien in haar onderhoud, mede gelet op haar leeftijd en gezondheid.
Verder werd vastgesteld dat de man door zijn arbeidsongeschiktheid en het ontbreken van relevante beroepsopleidingen weinig kans heeft op herintreding op de arbeidsmarkt, met een pensioenbreuk als gevolg. Het hof achtte het redelijk dat hij een deel van zijn ontbindingsvergoeding reserveert voor pensioenaanvulling en het resterende deel gebruikt als inkomensaanvulling tot zijn pensioen.
Gelet hierop werd de alimentatieverplichting van de man bevestigd en de bestreden beschikking bekrachtigd. Het hof nam het bedrag van €10.392 bruto per jaar als redelijke inkomensaanvulling mee bij de draagkrachtbepaling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en bevestigt de alimentatieverplichting van de man met reservering van een deel van de ontbindingsvergoeding voor pensioen.