ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ0482
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Van der Kwaak
- Vaessen
- Rechtspraak.nl
Voortzetting schuldsaneringsregeling ondanks niet te goeder trouw ontstane belastingschuld
Appellant werd toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar wist bij toelating dat er geen aangifte omzetbelasting was gedaan over 2000 en 2001, waardoor een aanzienlijke belastingschuld kon worden verwacht. Deze schuld is niet te goeder trouw ontstaan en appellant heeft de bewindvoerder hierover niet geïnformeerd.
De rechtbank beëindigde de schuldsaneringsregeling tussentijds vanwege deze omstandigheden. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat hij pas na toelating op de hoogte was geraakt van de schuld en dat de ambtshalve opgelegde aanslagen voor discussie vatbaar zijn. Het hof oordeelde dat appellant bij toelating op de hoogte was van het ontbreken van aangifte en dat de schuld niet te goeder trouw is ontstaan.
Desondanks vond het hof dat de tussentijdse beëindiging niet gerechtvaardigd was, omdat de bewindvoerder en rechtbank al vroeg op de hoogte waren van de schuld en er twee jaar werd gewacht met actie. Appellant had zijn verplichtingen nagekomen en had nog maar zes maanden te gaan. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat de schuldsaneringsregeling wordt voortgezet, met een aanbeveling tot verlenging en vaststelling van een saneringsplan.
Uitkomst: Het hof vernietigt de tussentijdse beëindiging en bepaalt dat de schuldsaneringsregeling wordt voortgezet.