ECLI:NL:GHAMS:2006:AY8830
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.M.H. van Staveren
- C.A. Joustra
- L. Frijda
- Rechtspraak.nl
Beoordeling instemmingsprocedure antenne-installatie en geldigheid stembiljetten
In deze zaak stond de instemmingprocedure voor de plaatsing van een antenne-installatie op een woongebouw centraal. Het geschil betrof de geldigheid van de stemming onder bewoners over deze antenneplaatsing, waarbij een groot aantal stembiljetten kopieën van originele formulieren betrof en allen tegenstemden.
Het hof stelde vast dat het informatiepakket dat aan de bewoners was verstrekt voldoende duidelijk was en voldeed aan de eisen van het convenant. De klacht dat het pakket als reclamemateriaal werd beschouwd, werd verworpen. Ook het ontbreken van Nederlandse bijschriften op een tekening was geen bezwaar, mede omdat contactgegevens werden verstrekt.
De kern van het geschil betrof de wijze van telling van de stemmen door KPMG, waarbij 15 kopieën van stembiljetten zonder nadere controle werden terzijde gelegd. Het hof oordeelde dat KPMG deze kopieën niet zonder meer ongeldig had mogen verklaren, omdat een nadere controle redelijkerwijs mogelijk was geweest. Omdat alle stemmen tegen waren, kon het tellingresultaat van slechts 6 tegenstemmen niet als juist worden beschouwd.
Het hof verwierp de grieven die dit oordeel aanvochten en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter. AWV c.s. werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt AWV c.s. in de proceskosten van het hoger beroep.