ECLI:NL:GHAMS:2006:AY3763
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot moord, veroordeling poging tot doodslag met voorwaardelijke straf
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Alkmaar heeft het Gerechtshof Amsterdam het primair tenlastegelegde, poging tot moord, niet bewezen geacht en verdachte daarvan vrijgesproken. Wel is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte poging tot doodslag heeft gepleegd door zijn echtgenote met een hard voorwerp te slaan en haar te wurgen, zonder dat het misdrijf is voltooid.
Verdachte gebruikte op het moment van het delict harddrugs, waaronder cocaïne, wat leidde tot een bewustzijnsstoornis. Desondanks oordeelt het hof dat verdachte enig inzicht had in zijn handelen en de mogelijke gevolgen daarvan, zodat hem het delict kan worden toegerekend. De psychiater concludeert dat de verslaving en het agressieregulatietekort mede hebben bijgedragen aan het feit.
De rechtbank had verdachte vrijgesproken, maar het hof vernietigt dit vonnis en legt een gevangenisstraf van drie jaar op, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden zoals reclasseringscontact en agressieregulatie. Het hof acht de straf passend gezien de ernst van het feit, de omstandigheden en het ontbreken van voldoende inzicht bij verdachte in zijn problematiek.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van poging tot moord en veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, voor poging tot doodslag.