ECLI:NL:GHAMS:2006:AX9599
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- J.J.A.M. Kennis
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over geldigheid indelingsverordening EG nr. 1223/2002 inzake douaneclassificatie kippenvlees
Belanghebbende, een douane-expediteur, deed aangiften voor het vrije verkeer van bevroren en gezouten kippenvlees, ingedeeld onder post 0207 14 10 van het Gemeenschappelijk douanetarief (GDT). Belanghebbende beriep zich op een bindende tariefinlichting (BTI) die een indeling onder post 0210 99 39 voorschreef en verzocht om een overgangstermijn van zes maanden, welke door de inspecteur werd afgewezen.
De kern van het geschil betrof de juiste indeling van de goederen, de toepassing van de overgangsregeling van artikel 12, lid 6, van het Communautair Douanewetboek (CDW), en de geldigheid van Verordening (EG) nr. 1223/2002, die de indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur regelt. De Douanekamer twijfelde aan de geldigheid van deze verordening en besloot een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
De Douanekamer overwoog dat de indelingsverordening en de aanvullende aantekening 7 op hoofdstuk 2 van het GDT niet verenigbaar zijn, mede gelet op de uitspraak van de WTO Appellate Body die ernstige bezwaren uitte tegen de verordening. Tevens werd overwogen dat de overgangstermijn niet beperkt is tot de lidstaat die de BTI heeft afgegeven en dat de inspecteur niet gebonden is aan de handelwijze van andere douanekantoren.
De procedure werd geschorst totdat het Hof van Justitie uitspraak doet over de geldigheid van de indelingsverordening. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 15 juni 2006.
Uitkomst: De procedure is geschorst en het geding aangehouden in afwachting van een prejudiciële uitspraak over de geldigheid van Verordening (EG) nr. 1223/2002.