ECLI:NL:GHAMS:2006:AX0092
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.C.M. van Dijk
- P.C. Römer
- W. Konijnenbelt
- Rechtspraak.nl
Geschil over perceelsgrens en schutting tussen buren met kadastergrens als uitgangspunt
Partijen zijn buren en verschillen van mening over de grens tussen hun percelen. Nadat [A] zijn huis kocht, bleek uit een kadasteropmeting dat de schutting van [B] niet op de kadastrale grens stond, maar op het perceel van [A]. [A] vordert primair een verklaring voor recht dat de grens ligt op de door het kadaster aangewezen lijn, subsidiair grensbepaling en verwijdering van de schutting. [B] vordert in reconventie dat de schutting mag blijven staan en dat hij het exclusieve gebruik van de grond aan zijn zijde behoudt.
Het hof oordeelt dat de vordering tot grensbepaling ontvankelijk is omdat partijen over de grens verschillen en deze daardoor onzeker is. De kadastergrens is niet doorslaggevend. De wil van verkoper en koper moet worden geacht te zijn gericht op overdracht van het gehele perceel, zodat de schutting niet op het perceel van [A] had mogen staan. De betwisting van de kadastergrens door [B] maakt deskundigenonderzoek noodzakelijk.
Het hof gelast een comparitie van partijen om afspraken te maken over deskundigenbenoeming en opdracht, en om te proberen een minnelijke schikking te bereiken. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na deskundigenonderzoek.
Uitkomst: Het hof verklaart de vordering tot grensbepaling ontvankelijk, wijst deze toe onder voorbehoud van deskundigenonderzoek en gelast een comparitie voor schikking en deskundigenbenoeming.