ECLI:NL:GHAMS:2006:AW2808
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.M.C. Tilleman
- R.J.M. Smit
- J.E. Geuzinge
- Rechtspraak.nl
Erkenning staat in de weg aan gerechtelijke vaststelling vaderschap
In deze zaak heeft de moeder hoger beroep ingesteld tegen een beschikking die haar verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man afwees. De moeder betoogde dat de eerdere erkenning van het kind door de man niet in de weg mag staan aan een gerechtelijke vaststelling, mede vanwege de verschillende gevolgen voor het Nederlanderschap volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap.
Het hof overwoog dat de erkenning van het kind door de man op 17 november 2003 het vaderschap reeds rechtens vaststelt, waardoor het verzoek tot gerechtelijke vaststelling moet stranden. Ook artikel 1:207 BW Pro staat een gerechtelijke vaststelling niet toe indien het kind al twee ouders heeft. De verschillen in nationaliteitsrechtelijke gevolgen zijn volgens het hof niet relevant voor het afstemmingsrechtelijke oordeel.
De moeder voerde verder aan dat het niet toestaan van gerechtelijke vaststelling een ongerechtvaardigde inbreuk op het familie- en gezinsleven vormt en strijdig is met internationale bepalingen, maar dit kon het hof niet overtuigen. Ook het standpunt dat de gemeente Nijmegen onvoldoende informatie had verstrekt over de verschillen tussen erkenning en gerechtelijke vaststelling deed niet af aan de conclusie.
Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en wees het verzoek van de moeder af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap af omdat erkenning het vaderschap reeds rechtsgeldig vaststelt.