ECLI:NL:GHAMS:2006:AV3274

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/4789
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens te late indiening bij douanerechten

Belanghebbende, vertegenwoordigd door S B.V., diende een beroepschrift in tegen een uitnodiging tot betaling en een boetebeschikking wegens niet-zuivering van een douaneaangifte. Het bezwaarschrift werd echter pas na de wettelijke termijn van zes weken ingediend.

De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Belanghebbende gaf toe dat het bezwaar te laat was ingediend vanwege drukke werkzaamheden en het achterhalen van bewijsstukken. Dit werd echter niet als voldoende reden gezien om het verzuim te verontschuldigen.

Het hof oordeelde dat geen feiten of omstandigheden waren aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet aan een partij opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend en de indiener in verzuim is geweest.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
DOUANEKAMER
Uitspraak
in de zaak nr. 04/4789 DK
de dato 3 januari 2006
1. De procedure
1.1. Op 6 december 2004 is door H van de besloten vennootschap S B.V. te Rotterdam, namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid H B.V., belanghebbende, bij de Douanekamer van het Gerechtshof te A (hierna: de Douanekamer) een beroepschrift ingediend. Het beroep is gericht tegen de uitspraak van de inspecteur van de Belastingdienst/Douane Zuid, kantoor H (hierna: de inspecteur) van 28 oktober 2004, kenmerk 04/67/3081/143, waarbij het bezwaar van belanghebbende tegen de uitnodiging tot betaling, gedagtekend 25 februari 2004, kenmerk ..., ten bedrage van € 11.427,48 aan douanerechten, alsmede tegen de daarbij genomen boetebeschikking van € 90, kenmerk ..., niet- ontvankelijk werd verklaard.
1.2. Van belanghebbende is door de griffier een griffierecht van € 273,-- geheven. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden ter zitting van de Douanekamer van 13 december 2005, gehouden te Amsterdam. Namens belanghebbende is verschenen H. Namens de inspecteur is verschenen
mr. T.
2. De vaststaande feiten
Voormelde uitnodiging tot betaling en boetebeschikking zijn uitgereikt wegens niet-zuivering van een aangifte voor douanevervoer. Tegen zowel deze uitnodiging tot betaling als de boetebeschikking heeft belanghebbende een niet gedateerd bezwaarschrift ingediend, welk bezwaarschrift bij de inspecteur is ingekomen op 27 mei 2004. De inspecteur heeft het bezwaar op 28 oktober 2004 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
3. Het geschil
3.1. In geding is of het bezwaar van belanghebbende terecht niet-ontvankelijk is verklaard en - voor het geval die vraag ontkennend wordt beantwoord - of de sub 1.1. vermelde uitnodiging tot betaling terecht aan belanghebbende is uitgereikt.
3.2. Belanghebbende heeft ter zitting gesteld dat de boetebeschikking niet meer in geschil is.
3.3. De inspecteur heeft nog verklaard dat niet langer in geschil is dat S B.V. gemachtigd is om namens belanghebbende beroep in te stellen.
4. De standpunten van partijen
4.1. De gemachtigde:
Het is juist dat het bezwaarschrift te laat is ingediend. Dat kwam door drukke werkzaamheden. Wij hebben ons met name nogal moeten inspannen om allerlei stukken te achterhalen om toch te kunnen aantonen dat de goederen hun bestemming hebben bereikt. Het lijkt ons redelijk dat belanghebbende met deze stukken aan haar bewijslast heeft voldaan.
4.2. De inspecteur:
Het bezwaarschrift is te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard. Uiteraard zullen nadere bewijsstukken - wat de hoofdzaak betreft - ambtshalve worden bezien, maar hetgeen belanghebbende tot nu toe heeft overgelegd lijkt niet voldoende.
5. De rechtsoverwegingen
5.1. Het aanslagbiljet is gedagtekend 25 februari 2004. Vast staat dat het bezwaarschrift eerst op 5 mei 2004 is ontvangen. Ingevolge het bepaalde in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken. Derhalve moet worden aangenomen dat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend.
5.2. In artikel 6:11 van Pro de Awb is bepaald dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift de niet-ontvankelijkheidverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Belanghebbende heeft in dit verband ter zitting erkend dat zij inderdaad te laat een bezwaarschrift heeft ingediend en dat dit te wijten is aan drukke werkzaamheden, met name in verband met de opsporing van gegevens inzake de niet-zuivering van de litigieuze aangifte. Deze omstandigheid kan evenwel niet tot het oordeel leiden dat belanghebbende met betrekking tot de tijdigheid van het bezwaar niet in verzuim is geweest. Nu belanghebbende ook geen andere feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die tot dat oordeel zouden kunnen leiden, moet de conclusie zijn dat de inspecteur het bezwaar wat de litigieuze uitnodiging tot betaling betreft terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
5.3. Op grond van het hiervoor overwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
6. De proceskosten
De Douanekamer acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
7. De beslissing
De Douanekamer verklaart het beroep ongegrond.
De uitspraak is vastgesteld op 3 januari 2006 door mr. F.H.M. Possen, voorzitter, mr. E.M. Vrouwenvelder en mr. M.J. Kuiper, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.M.C.G. van Aalst, griffier. De beslissing is op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken.
De griffier: De voorzitter:
Beroep in cassatie
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.
In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.