ECLI:NL:GHAMS:2006:AV1667
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- C. Schaap
- P.M.F. van Loon
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot heffing van loonbelasting over ontslagvergoeding bij internationale arbeidsovereenkomst
Belanghebbende ontving in 1998 een ontslagvergoeding waarop loonbelasting/premie volksverzekeringen werd ingehouden. Hij maakte bezwaar tegen deze inhouding en stelde dat de vergoeding geheel in het Verenigd Koninkrijk belast was of subsidiair slechts gedeeltelijk in Nederland belastbaar zou zijn. De inspecteur stelde dat Nederland de gehele vergoeding mocht belasten. Na eerdere procedures bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch en de Hoge Raad, werd de zaak terugverwezen naar het Gerechtshof Amsterdam.
Het Hof oordeelde dat de ontslagvergoeding niet kan worden gezien als beloning voor concreet in Engeland verrichte werkzaamheden, mede omdat de vergoeding verband hield met de ontbinding van de arbeidsovereenkomst en niet met een specifieke beloning voor werkzaamheden in Engeland. De bank had bovendien de vergoeding niet doorbelast aan het Engelse concernonderdeel, wat betekent dat de vergoeding niet ten laste kwam van een werkgever in het Verenigd Koninkrijk.
Het Hof verwierp het standpunt dat het arm’s length principe relevant zou zijn voor de heffingsbevoegdheid en concludeerde dat Nederland bevoegd is de gehele ontslagvergoeding te belasten. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de heffingsbevoegdheid van Nederland over de gehele ontslagvergoeding.