ECLI:NL:GHAMS:2006:AU9256
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- N.A.M. Schipper
- P.J.N. van Os
- F.A.A. Duynstee
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing Kamer van Toezicht over notarisklacht inzake nalatenschapsafwikkeling
Klager diende een klacht in tegen de notaris over diens handelen bij de afwikkeling van de nalatenschappen van zijn ouders, waaronder vermeende onjuistheden in de boedelbeschrijving en onvoldoende informatieverstrekking. De Kamer van Toezicht verklaarde de meeste klachten niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn en verklaarde enkele klachten ongegrond.
Klager ging in hoger beroep tegen deze beslissing. Het hof nam de feiten over zoals vastgesteld door de Kamer en oordeelde dat het onderzoek geen nieuwe feiten of andere gevolgtrekkingen opleverde. Het hof verwierp het beroep en bevestigde daarmee de eerdere beslissing.
De zaak betreft onder meer de uitleg van artikel 99 lid 12 van Pro de Wet op het notarisambt, waarin is bepaald dat klachten binnen drie jaar na kennisname van het klachtwaardig handelen moeten worden ingediend. Het hof volgde de uitleg van de Kamer dat deze termijn strikt moet worden gehanteerd, ook als de klager pas later de volledige betekenis van het handelen begrijpt.
De notaris werd niet verweten onpartijdig of oneerlijk te hebben gehandeld, en de klachten over het niet adequaat informeren en handelen werden afgewezen. De notaris had zich jarenlang ingezet om de nalatenschap af te wikkelen ondanks familieruzies en medewerkingstekort van erfgenamen. De klachtprocedure werd daarmee beëindigd met afwijzing van het beroep.
Uitkomst: Het hof verwierp het hoger beroep en bevestigde de beslissing van de Kamer van Toezicht, waarbij de klacht grotendeels niet-ontvankelijk en deels ongegrond werd verklaard.