ECLI:NL:GHAMS:2005:AV2517
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- M.E. van Zandwijk-Hillebrands
- P.J.W.M. Sliepenbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek partneralimentatie en omgangsregeling na echtscheiding
Partijen zijn in 1984 gehuwd en hebben vier minderjarige kinderen, die bij de man verblijven. Na hun echtscheiding werd aan de vrouw een uitkering tot levensonderhoud toegekend en een omgangsregeling vastgesteld voor één kind. De man kwam in hoger beroep tegen deze beschikking en verzocht de uitkering en omgangsregeling te wijzigen of af te wijzen.
Het hof oordeelde dat de vrouw geen behoefte heeft aan partneralimentatie omdat zij meer kan werken dan de acht uur per week die zij voorheen werkte en sinds het feitelijk uit elkaar gaan in haar eigen levensonderhoud voorziet. De man heeft bovendien nooit een uitkering betaald. Ten aanzien van de omgangsregeling stelde het hof vast dat de vrouw zich niet aan de regeling hield, wat bij het kind tot valse hoop en teleurstelling leidde.
Het hof vond het niet in het belang van het kind om een vaste omgangsregeling op te leggen, maar erkende wel dat contact met de moeder belangrijk is. De man verklaarde dat hij omgang niet zal belemmeren, waardoor het contact zonder vaste regeling kan blijven bestaan. Daarom werden de verzoeken van de vrouw afgewezen en de eerdere beschikking vernietigd.
Uitkomst: Verzoek vrouw tot partneralimentatie en omgangsregeling wordt afgewezen en eerdere beschikking vernietigd.