ECLI:NL:GHAMS:2005:AU4922
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-aftrekbaarheid van reiskosten en verlofaankoop als scholingsuitgaven in inkomstenbelasting
Belanghebbende, een werknemer die in deeltijd een studie volgde, kocht extra verlofuren bij zijn werkgever en maakte aanzienlijke reiskosten voor studie in 2002. Hij bracht deze kosten in aftrek als scholingsuitgaven in zijn aangifte inkomstenbelasting. De inspecteur wees de aftrek van de verlofaankoop en reiskosten af, wat het Hof bevestigde.
Het Hof stelde vast dat de vermindering van salaris door de verlofaankoop geen daadwerkelijke uitgave is en daarom niet aftrekbaar. Daarnaast zijn reiskosten volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 expliciet uitgesloten van aftrek als scholingsuitgaven. Belanghebbende voerde aan dat dit in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en internationale verdragen, omdat werknemers die via een spaarloonregeling studiekosten vergoeden, wel belastingvrij vergoedingen kunnen ontvangen.
Het Hof oordeelde dat er geen sprake is van gelijke gevallen en dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft om de eenvoud van de regeling te waarborgen. De uitsluiting van reiskosten van aftrek is gerechtvaardigd vanwege het gemengde karakter van deze kosten en de administratieve lasten. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de weigering van aftrek van verlofaankoop en reiskosten als scholingsuitgaven wordt ongegrond verklaard.