ECLI:NL:GHAMS:2005:AU4860
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hypotheekrecht blijft bestaan bij ruilverkaveling en gaat voor op conservatoir beslag
In deze zaak stond centraal of een hypotheekrecht dat niet vermeld was in de akte van toedeling bij ruilverkaveling is komen te vervallen en of het voorrang heeft op conservatoir beslag. PontMeijer had conservatoir beslag gelegd op een perceel dat niet als bezwaard met hypotheekrecht stond geregistreerd, terwijl Rabo stelde dat haar hypotheekrecht al bestond en van rechtswege was overgegaan op de vervangende kavel.
De rechtbank had geoordeeld dat het hypotheekrecht was vervallen door de niet-vermelding in de akte van toedeling, maar het hof corrigeerde dit door te verwijzen naar artikel 160 lid 3 van Pro de Landinrichtingswet, dat bepaalt dat hypotheekrechten zaaksvervanging ondergaan en blijven bestaan. De ambtshalve doorhaling van de hypotheekinschrijving in het kadaster had het recht niet beëindigd.
Verder stelde het hof dat de bescherming van derden tegen fouten in het kadaster beperkt is tot rechtsverkrijgers onder bijzondere titel en niet van toepassing is op PontMeijer als beslaglegger. Hierdoor ging het hypotheekrecht van Rabo voor op het conservatoir beslag van PontMeijer.
Het hof verklaarde Rabo niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen een tussenvonnis en hield verdere beslissing aan om PontMeijer alsnog te laten reageren op bewijsstukken over het bestaan van het hypotheekrecht op 2 oktober 2001.
De uitspraak bevestigt dat hypotheekrechten bij ruilverkaveling blijven bestaan en dat fouten in de openbare registers niet automatisch leiden tot verlies van dat recht, met als gevolg dat een ouder hypotheekrecht voorrang heeft op later gelegd beslag.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het hypotheekrecht van Rabo blijft bestaan en voorgaat op het conservatoir beslag van PontMeijer, maar houdt verdere beslissing aan voor bewijslevering.