ECLI:NL:GHAMS:2005:AU3492
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- N.A.M. Schipper
- P.J.N. van Os
- L.J. Saarloos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen ongegrond verzet tegen beslissing kamer gerechtsdeurwaarders
Klaagster diende een klacht in tegen een gerechtsdeurwaarder over een incassobrief en het handelen van de gerechtsdeurwaarder. De voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders wees de klacht af als kennelijk ongegrond. Klaagster kwam in verzet tegen deze beslissing, maar de kamer verklaarde het verzet ongegrond. Vervolgens stelde klaagster hoger beroep in tegen deze beslissing van de kamer.
Het hof heeft het hoger beroep behandeld en vastgesteld dat op grond van artikel 39 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet tegen de beslissing van de kamer dat het verzet ongegrond is verklaard geen rechtsmiddel openstaat. Hierdoor verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk. De inhoudelijke gronden van klaagster, waaronder vermeende intimidatie en onjuiste feitenweergave door de voorzitter, werden door het hof niet inhoudelijk beoordeeld vanwege de niet-ontvankelijkheid.
De procedure omvatte meerdere schriftelijke en mondelinge uitwisselingen, waaronder een openbare terechtzitting waarbij klaagster en de gerechtsdeurwaarder het woord voerden. De kamer en het hof bevestigden dat de incassobrief niet tuchtrechtelijk laakbaar was en dat de voorzitter niet onjuist had gehandeld bij de beoordeling van de klacht en het verzet. De beslissing van het hof sluit de procedure af met een niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk tegen de beslissing dat het verzet ongegrond is.