ECLI:NL:GHAMS:2005:AU0835
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststellingsovereenkomst en verval vergrijpboete wegens pleitbaar standpunt over winstuitdeling
Belanghebbende, enig aandeelhouder van een BV, sloot in 1998 met de inspecteur een vaststellingsovereenkomst over de rekening-courant schuld. De overeenkomst bepaalde dat de schuld uiterlijk eind 2000 moest zijn afgelost, anders werd het restant als winstuitdeling aangemerkt.
De inspecteur stelde in de aanslag inkomstenbelasting 2000 een winstuitdeling vast van ƒ 379.561 wegens niet-nakoming van de overeenkomst. Tevens legde hij een vergrijpboete op wegens het niet aangeven van deze winstuitdeling. Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep tegen de aanslag en boete.
Het Hof oordeelde dat de overeenkomst rechtsgeldig is en bindend voor partijen, ook al leidt dit tot een fiscale winstuitdeling die volgens het wettelijke systeem niet mogelijk zou zijn. Belanghebbende kon zich niet beroepen op overmacht om de schuld niet af te lossen. De boete werd vernietigd omdat belanghebbendes standpunt, hoewel onjuist, pleitbaar was en daarom geen opzet in de zin van artikel 67d AWR kon worden verweten.
Het beroep werd gegrond verklaard, de boetebeschikking vernietigd en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De vergrijpboete wordt vernietigd omdat het standpunt van belanghebbende pleitbaar was en de vaststellingsovereenkomst bindend is.