ECLI:NL:GHAMS:2005:AU0463
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.B. Onnes
- C. Schaap
- L.F. Roseval
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van facultatief verrekenbeding in huwelijksvoorwaarden bij successie
Belanghebbende was gehuwd met de erflater die in 2001 overleed. In de huwelijksvoorwaarden uit 1976 was een facultatief verrekenbeding opgenomen, waarbij de langstlevende echtgenoot binnen zes maanden na overlijden een verklaring kan afleggen om de huwelijksvoorwaarden uit te voeren. Indien geen verklaring wordt afgelegd, wordt verrekend alsof er geen huwelijksvoorwaarden waren.
Belanghebbende heeft geen verklaring afgelegd, waarna de inspecteur de successieaanslag heeft vastgesteld op basis van artikel 9 van Pro de Successiewet 1956, waarbij de verkrijging werd berekend alsof sprake was van algehele gemeenschap van goederen. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat sprake was van een finaal wederkerig verrekenbeding waarop artikel 9 niet Pro van toepassing zou zijn.
Het Hof oordeelde dat het verrekenbeding facultatief is en dat artikel 9 van Pro de Successiewet 1956 van toepassing is. De aanslag werd daarom gehandhaafd en het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. Proceskosten werden niet toegewezen omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag successierecht wordt gehandhaafd.