ECLI:NL:GHAMS:2005:AT5775
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.F. Goes
- J. van de Merwe
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bedrijfskleding als werkkleding voor loonbelastingdoeleinden
Belanghebbende stelde tussen 1998 en 2001 bedrijfskleding ter beschikking aan haar werknemers, met het doel een professionele uitstraling en herkenbaarheid te creëren. De kleding was eigendom van belanghebbende en mocht alleen tijdens werktijd worden gedragen. De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonheffing op omdat de kleding niet als werkkleding werd aangemerkt.
Het geschil betrof de vraag of de kleding aan de wettelijke criteria voor werkkleding voldeed, met name of de kleding uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt was om tijdens werktijd te dragen en of zichtbare beeldmerken met een gezamenlijke oppervlakte van ten minste 70 cm² aanwezig waren. Het hof stelde dat de kleding ook geschikt was om buiten werktijd te dragen en dat de vereiste 70-cm²-eis alleen werd gehaald als rekening werd gehouden met de combinatie van kledingstukken volgens de voorgeschreven code.
Het hof oordeelde dat de kleding niet als werkkleding kon worden aangemerkt, maar dat de waarde van de kleding en de reinigingskosten wel tot het loon moesten worden gerekend. Het beroep werd gegrond verklaard, de naheffingsaanslag verminderd tot €460.030 en het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonheffing wordt verminderd tot €460.030 omdat de verstrekte kleding niet als werkkleding wordt aangemerkt.