ECLI:NL:GHAMS:2005:AT5190
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Van Houten
- Denie
- Harteveld
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moord 1995, veroordeling moord 2002 en wapendelicten met TBS en 20 jaar gevangenisstraf
Verdachte werd in hoger beroep vrijgesproken van de moord op een slachtoffer in 1995 vanwege onvoldoende bewijs dat hij betrokken was bij dat delict. Het hof vond dat hoewel sporen op hulzen uit 1995 en 2002 overeenkwamen, er geen bewijs was dat verdachte in 1995 het wapen bezat of het delict pleegde.
Voor de moord op een andere vrouw in 2002 werd verdachte wel schuldig bevonden. Hij schoot haar met een UZI-pistoolmitrailleur meerdere keren van zeer korte afstand neer, waarna hij vluchtte. De moord werd gekwalificeerd als met voorbedachte rade en het hof oordeelde dat sprake was van kalm beraad en rustig overleg.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor het bezit van een automatisch vuurwapen en munitie in strijd met de Wet wapens en munitie. Gezien de ernst van het feit, de persoon van verdachte en diens psychische stoornis legde het hof een gevangenisstraf van 20 jaar op, de hoogst mogelijke tijdelijke straf, en gelastte terbeschikkingstelling met dwangverpleging.
De psychische stoornis van verdachte werd vastgesteld door meerdere deskundigen ondanks zijn weigering tot medewerking. Het hof achtte de maatregel noodzakelijk vanwege het gevaar voor de samenleving en de kans op herhaling van ernstig geweld.
De schadevergoeding van ruim €11.000 aan de benadeelde partij van het 2002-delict werd toegewezen, terwijl de vordering van de benadeelde partij van het 1995-delict werd afgewezen wegens vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van moord 1995, veroordeeld voor moord 2002 en wapendelicten tot 20 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging.