ECLI:NL:GHAMS:2005:AT4843
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.M. Tijnagel
- K. Kooijman
- E. Polak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tariefindeling meloenzaad en toepassing vertrouwensbeginsel bij douaneschulden
Het geschil betreft de juiste tariefindeling van meloenzaad in het Gemeenschappelijk Douanetarief (GDT) en de vraag of het vertrouwensbeginsel toepassing vindt bij vastgestelde douaneschulden. Belanghebbenden stelden dat meloenzaad als groentezaad (post 1209 91 90) moet worden ingedeeld, terwijl de inspecteur het onder post 1209 99 plaatst. De Douanekamer stelt vast dat meloenen als vrucht onder hoofdstuk 8 van het GDT vallen, waardoor ook de zaden niet als groentezaad kunnen worden aangemerkt. Dit oordeel wordt bevestigd door het Comité geharmoniseerd systeem van de Werelddouaneorganisatie.
Belanghebbenden voerden aan dat vergunningen voor actieve veredeling meloenzaad als groentezaad aanmerken, en dat er sprake is van vergissingen door de douane die het vertrouwensbeginsel rechtvaardigen. De Douanekamer oordeelt echter dat voor navordering alleen kan worden afgezien indien sprake is van een actieve gedraging van de douane die een vergissing vormt in de zin van artikel 220, lid 2, letter b, van het CDW. Dit is niet het geval omdat geen daadwerkelijke opname of controle van de goederencode heeft plaatsgevonden. Daarnaast is het beroep op het vertrouwensbeginsel ongegrond omdat belanghebbenden al vanaf 2000 op de hoogte waren van de juiste tariefindeling.
De Douanekamer verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitnodigingen tot betaling van de douaneschulden. Er worden geen proceskosten aan belanghebbenden toegekend. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitnodigingen tot betaling van de douaneschulden worden bevestigd.