ECLI:NL:GHAMS:2005:AT3633
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.L. Dutmer
- P.M.F. van Loon
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt niet-ontvankelijkheid bezwaar en tijdige aanslagoplegging inkomstenbelasting 1992
Belanghebbende, woonachtig in België, maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 1992 die was opgelegd naar een ambtshalve vastgesteld belastbaar inkomen van ƒ 400.000. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard door de inspecteur omdat het te laat was ingediend. Belanghebbende stelde dat hij pas op of na 23 januari 1996 kennis had genomen van het aanslagbiljet, terwijl het bezwaarschrift op 24 januari 1996 werd ingediend.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur voldoende bewijs had geleverd dat het aanslagbiljet en duplicaten daarvan tijdig, namelijk op 16 november 1995, waren verzonden naar meerdere adressen, waaronder een adres in Zuid-Afrika dat door belanghebbende was opgegeven. De dagtekening van het aanslagbiljet (30 november 1995) was daarom bepalend voor het begin van de bezwaartermijn van zes weken, die op 11 januari 1996 eindigde.
De stelling van belanghebbende dat hij niet eerder kennis had genomen van de aanslag werd niet geloofwaardig geacht, mede omdat zijn gemachtigde op 22 januari 1996 al een bezwaarschrift indiende waarin het aanslagnummer en de dagtekening werden genoemd. Getuigenverklaringen bevestigden dat er geen aanwijzingen waren dat de aanslag niet tijdig was bekendgemaakt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en belanghebbende werd niet ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende niet ontvankelijk is in zijn bezwaar wegens overschrijding van de bezwaartermijn.