ECLI:NL:GHAMS:2005:AT2926
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- N.A.M. Schipper
- P.J.N. van Os
- J.G. Gräler
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van klacht tegen notaris wegens overschrijding termijn Wet op het Notarisambt
In deze zaak heeft klager een klacht ingediend tegen een notaris vanwege onzorgvuldig handelen bij het verlijden van een leveringsakte. De klacht betrof met name de opname van een boeteclausule en parklasten in de akte, waarvan klager stelt dat deze zonder zijn instemming en zonder grondslag zijn opgenomen. De Kamer van Toezicht te Middelburg had de klacht gegrond verklaard en een maatregel van berisping opgelegd aan de notaris.
Het hof heeft allereerst de ontvankelijkheid van de klacht beoordeeld aan de hand van artikel 99 lid 12 van Pro de Wet op het Notarisambt, dat bepaalt dat een klacht slechts binnen drie jaar na kennisname van het handelen kan worden ingediend. Klager had de klacht pas na deze termijn ingediend, waardoor het hof de klacht niet ontvankelijk verklaarde.
Het hof constateerde dat de notaris onzorgvuldig had gehandeld door zonder instemming van klager een boetebeding in de akte op te nemen en parklasten te vermelden, terwijl hierover onduidelijkheid bestond. Desalniettemin kon het hof hier niet inhoudelijk op ingaan vanwege de niet-ontvankelijkheid. De beslissing van de Kamer van Toezicht werd vernietigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige indiening van klachten tegen notarissen en de zorgvuldigheid die van notarissen wordt verlangd bij het opstellen van akten, met name bij bepalingen die derden ten goede komen.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris is niet ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de klachttermijn.