ECLI:NL:GHAMS:2005:AT0475
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O.B. Onnes
- Rechtspraak.nl
Geen vordering echtgenote op nalatenschap voor woning gefinancierd uit gemeenschappelijke rekening
Het geschil betreft de vraag of de echtgenote van de erflater een vordering heeft op de nalatenschap ter grootte van de helft van de waarde van een woning in Frankrijk, die tijdens het huwelijk buiten gemeenschap van goederen is gebouwd en volledig op naam van de erflater stond.
Belanghebbenden stelden dat de woning gefinancierd was vanuit een gemeenschappelijke girorekening, waardoor de echtgenote een vorderingsrecht zou hebben. Het hof stelde vast dat de woning juridisch volledig eigendom was van de erflater en dat er geen bewijs was dat de echtgenote mede-eigenaar was of dat er een gemeenschappelijke rekening bestond ten tijde van de bouw.
Zelfs als er een gemeenschappelijke rekening zou zijn geweest, was het geld daarop vrijwel geheel afkomstig van de erflater, waardoor de echtgenote geen aanspraak kon maken op de helft van het saldo of de vermogensbestanddelen die daarvan zijn bekostigd. Het hof verwierp ook het beroep op redelijkheid en billijkheid als grond voor een vordering.
Het beroep van de echtgenote werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de echtgenote op een vordering op de nalatenschap werd ongegrond verklaard.